Hoe zorgen we ervoor dat mensen ook in de toekomst prettig en zelfstandig kunnen blijven leven? Volgens Wiebe-Jan Stuursma vraagt dat om een andere manier van denken en doen. In dit interview vertelt hij waarom zelf- en samenredzaamheid niet alleen een opgave is voor organisaties, maar voor de hele samenleving.
Voor Wiebe-Jan Stuursma, bestuurder van Catharina thuis op Voorne en lid van de Overkoepelende Transformatie Tafel (OTT), staat één overtuiging centraal: de uitdagingen van de ouder wordende samenleving kunnen alleen gezamenlijk worden opgelost. Vanuit die gedachte zet hij zich in voor het Transformatieplan Versterken zelf- en samenredzaamheid in de ZHE-BAR. Volgens hem vraagt de toekomst om samenwerking over organisatiegrenzen, domeinen en gemeenten heen, maar vooral ook om een actieve rol van inwoners zelf.
Het transformatieplan komt volgens Stuursma op een belangrijk moment. Hoewel de gevolgen van vergrijzing en een toenemende zorgvraag nog niet overal direct voelbaar zijn, is het noodzakelijk om nu in beweging te komen. Veranderingen in gedrag, verwachtingen en samenwerking kosten immers tijd. Wachten totdat de druk op het systeem overal zichtbaar wordt, is volgens hem geen optie.
De beweging naar meer zelf- en samenredzaamheid vraagt ook iets van bestuurders. Niet het belang van de eigen organisatie, maar het maatschappelijke belang moet voorop staan. Dat betekent kijken welke partij het beste kan bijdragen aan het welzijn van inwoners en tegelijkertijd het gedachtegoed van zelf- en samenredzaamheid actief uitdragen richting cliënten, medewerkers, vrijwilligers, mantelzorgers en inwoners.

In de kern draait het transformatieplan om een andere kijk op zorg en ondersteuning. Niet de zorgvraag staat centraal, maar het welzijn van mensen. Door te kijken wat iemand nodig heeft om prettig en zelfstandig te leven, kunnen vaak ook gezondheidsproblemen worden voorkomen of uitgesteld. Die benadering vraagt om andere keuzes en een bredere samenwerking tussen zorg, welzijn, gemeenten en inwoners.
Volgens Stuursma is het plan geen breuk met eerdere samenwerkingen, maar een logische volgende stap in een ontwikkeling die al langer gaande is. De uitdaging ligt vooral in het daadwerkelijk anders gaan werken. Vernieuwing vraagt ruimte om te experimenteren, bijvoorbeeld door klein te beginnen of nieuwe initiatieven naast de bestaande organisatie te ontwikkelen.
Een belangrijke succesfactor is volgens hem vertrouwen. Organisaties moeten openstaan voor elkaar, eerlijk zijn over dilemma's en samen blijven zoeken naar oplossingen. Daarbij helpt het om steeds het gezamenlijke doel voor ogen te houden. Een voorbeeld waarin die samenwerking volgens hem duidelijk zichtbaar werd, is de regionale bewustwordingscampagne. Hoewel iedere gemeente een eigen invulling geeft aan de campagne, blijft de boodschap in de hele regio herkenbaar en gezamenlijk gedragen.
Als het gaat om de grote uitdagingen van de toekomst, kijkt Stuursma liever niet naar het vraagstuk van personeelstekorten. Hij benadrukt dat de arbeidsmarkt nu eenmaal een beperkte omvang heeft. De echte uitdaging is volgens hem hoe inwoners, buurten en organisaties samen kunnen voorkomen dat de vraag naar professionele zorg blijft groeien. Meer naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen is daarbij essentieel.
Het grootste risico voor het slagen van het transformatieplan is volgens hem dat partijen blijven doen wat ze altijd deden. Bestuurders zullen soms over de belangen van hun eigen organisatie heen moeten stappen om de zorg en ondersteuning toekomstbestendig te maken.
Hoewel de uitvoering van het plan nog in een relatief vroege fase zit, ziet Stuursma veel enthousiasme bij de betrokken partijen. Inwoners zullen dat volgens hem onder meer merken aan de bewustwordingscampagne en aan praktische initiatieven die het gemakkelijker maken om langer zelfstandig thuis te wonen. Ook medewerkers en professionals worden actief meegenomen in de verandering, onder andere via inspirerende bijeenkomsten en initiatieven die laten zien hoe ondersteuning anders georganiseerd kan worden.
Kijkt hij vijf jaar vooruit, dan ziet Stuursma een samenleving waarin inwoners vanzelfsprekend meer naar elkaar omkijken. Een samenleving waarin mensen bewuster nadenken over hoe, waar en met wie zij willen wonen, waarin zij weten welke mogelijkheden er zijn om zelfstandig te blijven en waarin buurtgenoten elkaar weten te vinden voor hulp, ondersteuning of simpelweg een kop koffie.
Waar hij het meest trots op is, is dat het transformatieplan niet vanuit één organisatie of perspectief is ontstaan. Juist de brede samenwerking tussen zorgorganisaties, gemeenten, welzijnspartijen en andere partners maakt het volgens hem krachtig. Zijn boodschap aan alle betrokkenen is dan ook helder: blijf het gezamenlijke doel voor ogen houden, wees open over dilemma's en blijf vertrouwen houden in de kracht van samenwerking.